Skip to content

Het duurzame vleeskuiken

‘Dit is toch geen plofkip, he?’ vraagt jongste verschrikt als ze haar bord eten ontdekt. ‘Tuurlijk wel!’ Zeg ik trots. ‘Maar dat is hartstikke zielig!’’ Hoezo dan?’ ‘Volgens mijn juf zitten die kippen in hele kleine hokjes!’

Typisch geval van jammer. Voor dit onderwerp heeft de juf haar feiten niet helemaal op een rijtje. Kippen, of beter gezegd vleeskuikens worden toch echt in een stal gehouden in plaats van een klein hokje. En met een klein beetje ‘Googelen’ heb je eigenlijk ook zo gevonden hoe het nou eigenlijk echt zit. Vleeskuikens worden gewoonlijk in een stal gehouden waarbij ze met ongeveer 20 dieren een vierkante meter leefruimte tot hun beschikking hebben. Voor scharrelkippen is dat trouwens 15 dieren per vierkante meter. Mocht je geïnteresseerd zijn: in het vleeskuikenbesluit is het terug te lezen: http://wetten.overheid.nl/BWBR0027822/geldigheidsdatum_22-09-2012.

Natuurlijk is de juf niet alleen. Wonderbaarlijk eigenlijk dat de publieke opinie wel vaker gebaseerd is op beelden waarvan de feiten niet helemaal kloppen. Laatst was er nog zo’n mooi voorbeeld in de media. Stichting Wakker Dier nagelde Iglo aan de schandpaal door ze ‘het grootste Liegebeest van 2012’ te noemen. Iglo gebruikt namelijk plofkip in hun chickensticks en geeft tegelijkertijd aan het begrip duurzaamheid hoog in het vaandel te hebben. (zie de Wakker dier website: ‘Iglo wint de prijs, vanwege de mooie woorden over duurzaamheid op een verpakking waar gewoon plofkip in zit. ‘) Dat kan natuurlijk niet….

Maar is plofkip niet duurzaam dan? Wat is duurzaam eigenlijk?
Google geeft 7.370.000 hits op ‘duurzaamheid’, dus informatie genoeg. Tip: http://www.duurzaamheid.nl. voor prima uitleg en praktische toepassingen.
Het is in ieder geval duidelijk dat duurzaamheid verband houdt met de zorg voor onze planeet. Hoe verstandiger er omgegaan wordt met energie en hoe minder we onze nabestaanden opzadelen met negatieve gevolgen voor ons milieu, hoe duurzamer we ons hebben gedragen.

En dat is nu eigenlijk een lofzang voor de plofkip. Want dat beestje is veel duurzamer dan zijn populairdere scharrelversie.

De feiten:

  • De plofkip groeit sneller tot slachtgewicht dan de scharrelkip (40 dagen vs. 56 dagen) en hoeft dus minder lang gevoerd te worden en daardoor hoeft minder mest afgevoerd te worden
  • De plofkip groeit beter met minder voer dan de scharrelkip (heeft een betere zogenaamde voederconversie). Er is bij de scharrelkip dus meer voer nodig om een kilogram vlees te kweken.
  • De plofkip heeft minder stalruimte tot zijn beschikking wat o.a. verwarmd moet worden
  • De mest van de plofkip blijft in de stal en wordt hierdoor minder milieubelastend verwerkt
  • De plofkip is malser en dus sneller gaar

Dankzij de innovatie in de pluimveesector is het vleeskuiken ontwikkeld tot een vleesras, wat tegen lage kosten gefokt wordt. Met de groeiende behoefte aan voedsel in een groeiende wereldbevolking (>9 miljard in 2050 volgens UN en WHO) is dit een zeer welkome eiwitbron. Niet alleen zal het beestje helpen de vele monden te voeden, het is tevens een veel duurzamer alternatief dan zijn scharrelversie.

Dus, laten we zijn scheldwoord ‘plofkip’ eens achterwege laten en de pluimveesector en het vleeskuiken de eer geven die het verdient. Als de feiten onder ogen gezien worden past de term ‘liegebeest’ wat mij betreft beter bij Wakker Dier dan bij Iglo…..

Scorebord

Het orgel zwelt aan voor weer zo’n korte traditionele riedel. Ik veer wat verschrikt op als ik een stevige ‘CHARGE!’ in mijn oren geschreeuwd krijg van mijn vijfjarige buurman. Het mag de pret niet drukken, het is genieten vandaag.
Er is een lekker zonnetje en de sfeer is fantastisch. Het begon al op de parkeerplaats waar de echte fans volop aan het ‘tailgaten’ waren. Een bijzondere gewoonte om voorafgaand aan een sportwedstrijd al een middag barbecueënd en spelletjes spelend (en bier drinkend) door te brengen.

Ik ben in het stadion van de St. Louis Cardinals. Honkbal is hier nog steeds ‘America’s favorite passtime’. Een honkbalwedstrijd is een bijna dagvullend programma en het is een uitje voor het hele gezin. Je ziet er mensen van alle generaties, werkelijk vanaf baby’s tot en met zeer oude van dagen. Prachtig zoals men hier sport beleeft. Dat is toch echt anders bij ons thuis in ons leuke kikkerlandje. Niet dat we niet van sport houden, maar hier zie je geen afgeschermde treinstellen onder politiebewaking naar de stadions komen.

Vanuit innovatie oogpunt is er zo op het eerste gezicht minder te beleven. Het spelletje is sinds 1845 nauwelijks veranderd. De spelregels zijn al lang hetzelfde en zelfs de commercie is hier niet nieuw. De petjes, hotdogs, popcorn en bierkraampjes bestaan ook al een eeuwigheid. Zelfs de riedeltjes die hier op het orgel gespeeld worden zijn stokoud.

Natuurlijk is er in de kleding van de spelers wel wat veranderd. Innovatie in snellere schoenen, ademende kleding enzo. Alhoewel de knuppels hier nog steeds van hout zijn in de Major League. Voor innovatie op dat gebied moet je in lagere divisies zijn, want dat mag op het hoogste nivo niet.
Nee, het is toch vooral traditie in deze sport. Misschien is het scorebord wel een van de weinige uitzonderingen….

Want tegenwoordig zie je geen mannetjes meer met cijfers in de weer als de stand verandert. De ‘Leontien’ heeft ook hier het veld moeten ruimen. Het scorebord van tegenwoordig is een digitaal kunstwerkje. Natuurlijk staan er de noodzakelijke statistieken op: wie speelt op welke positie, welke prestaties in deze wedstrijd, in dit seizoen, tegen dit team, wat doen andere clubs op dit moment, etc. etc…
Het geeft ook prachtige herhalingen te zien van mooie acties (niet van spannende / discutabele scheidsrechters beslissingen trouwens) en kondigt de spelers van het thuisteam met clips en veel tamtam aan.
En last but not least is het een digitaal reclamebord en wordt het gebruikt voor spelletjes op dode spelmomenten. En daar wringt hem de schoen.

Ik kijk naar het scorebord na de 7e inning en zie een man meedoen met een spelletje ‘digitaal rad van fortuin’. Er is een spinnend rad te zien en de deelnemer heeft drie kansen om een prijs te winnen. Het enige wat hij hoeft te doen is op het juiste moment ‘stop’ te roepen.
De man roept zijn 1e keer ’stop’ en het rad met de lieftallige assistente presenteert trots de prijs: 2 gratis toegangskaarten voor een toekomstige Cardinals wedstrijd. Of hij door wil gaan, óf met deze prijs genoegen neemt, is de te verwachten vraag.
De knuppel gaat door en de tweede keer wint hij niks. De derde maal is hij dolgelukkig met zijn prijs: een gratis ooglaserbehandeling!!

Ik sta ouderwets perplex….

Beachvolleybal

 ‘Dat is een mooi plekje’, zegt de oudste. De strandlakens komen snel tevoorschijn en we installeren ons in de schaduw van de palmbomen op Kalogria beach. De kinderen zijn wel toe aan een duik in de verkoelende zee en beide ouders hebben nog een stapel boeken te lezen. Tijd voor een relaxdagje na een paar dagen wandelen onder de hete Griekse zon.

 Het valt me op dat er ondanks de hitte veel activiteit is op dit strand. Overal hoor je het ‘pok pok pok’ van tennisballen op houten strandrackets en er is een serieus beachvolleybalveld uitgezet. Niet iedereen komt hier blijkbaar om neer te ploffen met een boekenlijst.

Bron: FIVB.org

Even later ben ik nog aan het kijken naar alle sportactiviteit en komt ook het beachvolleybalveld tot leven. Er staan vier atleten te rekken en te strekken alsof ze hier zometeen een Olympisch atletieknummer ten beste gaan geven. Ze kreunen en kijken nu al moeilijk met hun gladgeschoren gespierde torso’s, hun te kleine zwembroekjes en hun 4-dagen-baardjes. Dat belooft wat.Even later ben ik getuige van een, complimenteus uitgedrukt, middelmatig potje beachvolleybal. Ik doe dat spelletje ook 2 keer per jaar en ben zeker geen natuurtalent. Toch zou ik zo mee kunnen spelen als het om volleybalcompetentie gaat. Even twijfel ik erover om mezelf aan te gaan melden als wisselspeler.

Ik kijk nog eens naar de goddelijke lijven bij het net en vervolgens naar mijn ‘abs’, of waar die ergens verstopt zitten. Een volleyballer blijft weer eens uitgeteld en kreunend van de pijn liggen na weer een ‘fantastische actie’ en het kwartje valt. Dit gaat niet om volleybal. Dit is een testosteron avontuur. Een dagdeelvullend krachtvertoon van wat Urbanus zou aanduiden als ‘strandstoefers’. Bedoeld om de bevallige schoonheden van de andere sexe te imponeren. Een voorspel georganiseerd in sets.

Toch lijken de dames op het strand niet echt onder de indruk. Ze kijken verveeld of zelfs geërgerd als er een volleybal in de buurt komt en lezen liever hun damesblaadjes dan dat ze in katzwijm vallen van al dit atletische geweld. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Al die moeite in deze hitte… Dat kan efficiënter zou je zeggen.

Dan hoor ik ineens mijn vrouw naast me een verlekkerde diepe zucht slaken. ‘Waaaaaauw…, zie je dat?’ zegt ze. Mijn glimlach is weg en ik zeg quasi verbaasd: ‘wat lieverd?’

‘Daar loopt een ober met twee biertjes en een bak chips!’

Veerkracht

Je kent dat wel. Maak je net een project succesvol af. Trots als een pauw op je team en je projectresultaat. Natuurlijk weer te bescheiden met vieren, maar wat een prestatie. Al dat harde werken van je toegewijde team wordt eindelijk beloond… en dan…

……komt er toch nog een nare verassing. Iets toch niet in orde. Met de nasmaak van de champagne nog in de mond, wordt het topprioriteit om het project alsnog opnieuw op te pakken.

Ik geef het je te doen. Alsof je net een marathon gelopen hebt, en voordat je goed en wel hersteld bent, mag je weer vol aan de bak voor een nieuwe onbekende afstand.
Kun je meteen weer alles geven? Of heb je tijd nodig om deze tegenvaller te verwerken? Voelt het als een blunder dat er toch nog een konijn uit de hoed komt? En is dat erg?

Natuurlijk, je kunt in legio wijze boeken lezen dat blunderen of falen erbij hoort. Wijze quotes zat van slimmeriken die zelfs beweren dat de garantie van succes in falen ligt verborgen:

• ‘Vaak blunderen zorgt voor sneller slagen – David Kelley, oprichter van IDEO’
• ‘Faal, faal nog een keer, faal beter – Samuel Beckett, nobelprijswinnaar voor de literatuur’
• ‘Succes is je door blunder na blunder heen slaan zonder je enthousiasme kwijt te raken – Winton Churchill’
• ‘Ik heb meer dan negenduizend keer misgegooid. Ik heb bijna driehonderd wedstrijden verloren. Zesentwintig keer moest ik de beslissende worp maken, en verknalde ik het. Ik heb keer op keer gefaald in mijn leven. En daarom ben ik een succes geworden – Michael Jordan.

OK, dus blunderen is niet erg. Weten we natuurlijk ook wel. Het is gewoon nodig om iets te kunnen bereiken. Volgens Tom Peters, schrijver van ‘de kleine grote dingen – 163 manieren om je resultaat te verbeteren’, zou je blunders zelfs moeten vieren. Weer champagne!

Ik vind het een interessante benadering en ben het er nog mee eens ook, maar een ander hoofdstuk in zijn boek intrigeert me op het moment nog meer: Veerkracht.

Want dat is wat ons projectteam nu laat zien. Niks gemopper over de huidige situatie, maar zonder enige zichtbare of voelbare aarzeling meteen in hun kracht vol aan de slag. Respect!
Volgens Tom Peters hebben veerkrachtige mensen onder andere de volgende aantoonbare eigenschappen:
• Innerlijke rust
• Veel zelfkennis
• Houden van redelijk beheerste chaos (genieten van problemen, komen dan tot leven)
• Stralen energie uit
• Kunnen moeiteloos met heel veel mensen omgaan
• Hebben gevoel voor humor
• Staan bekend om hun integriteit
• Zijn hard (kunnen moeilijke beslissingen nemen)
• Kunnen buiten gebaande paden denken, maar blijven wel praktisch

Als ik dat rijtje op ons team projecteer, hebben we een 100% score. Geen wonder dat het een team is om trots op te zijn.
Natuurlijk hebben blunderen en veerkracht met elkaar te maken. Zonder veerkracht neem je geen risico, maak je dus geen blunders en leer/creëer je ook niets.
Misschien is het wel de meest belangrijke factor voor succesvolle innovatie. Het kan zo in het wervingsprofiel als we binnenkort gaan uitbreiden in onze innovatiegroep!

Ondertussen dienen de eerste lichtpuntjes zich al weer aan. Hulde voor de mannen die er zonder twijfel voor zorgen dat de geest weer snel in de fles is. Binnenkort zullen ze welverdiend hun successen weer vieren. Leuk om te zien dat het te verklaren valt waarom dit team zo goed presteert. Nog veel fantastischer om er mee te mogen werken. Ik ben een geluksvogel…

MotoGP en innovatie

Het was dit weekend dan eindelijk weer zover. De MotoGP ging van start. De eerste race op het stoffige circuit van Qatar met de nieuwe 1000cc viertakten en ik zit voor de plank (vroeger buis).

Als R&D’er ben ik natuurlijk fan van de MotoGP. Het is immers een wedstrijdje tussen prototypes. De machines zijn experimenteel en niet verkoopvrij. Er wordt continu doorontwikkeld om tot de beste, snelste machine te komen en hiermee de concurrentie te verslaan.

Een race team is eigenlijk een ontwikkelteam. De coureur is degene die het maximale uit de machine moet halen en de races moet winnen. Monteurs passen de machine aan en stellen de motor af om optimaal te kunnen presteren op het circuit. Samen met de teammanager analyseren monteurs en coureur de stroom aan data die verkregen wordt in testsessies en trainingen. Snelheden, hellingshoeken, toerentallen, rondetijden worden bekeken. Hiermee worden aanpassingen aan vering, mapping, versnellingsbak, banden, etc. doorgevoerd om sneller rond te kunnen gaan.

Deze data zijn heel belangrijk om de performance te kunnen optimaliseren. Het talent en vakmanschap van de coureur alleen zijn niet genoeg.

Dit zien we ook in onze prototype testtrajecten in ons werk. Met het vakmanschap van de R&D’er of technoloog (de coureur) krijgen we een proto goed aan het werken. Echter, om de performance optimaal te krijgen moeten we gaan meten. Veel meten. Wij meten pickups, aantal skinpatches aan varkensschouders, restjes vlees aan uitgebeende botten, Calcium gehalten van structuurvlees, gewicht van zwoerd per m2, etc . etc.. Iedere ontwikkeling heeft zijn eigen performance getallen waarmee de machine verder ontwikkeld wordt. Eén ding hebben ze gemeen: de R&D’ers in kwestie hebben er geen hobby in deze data te verzamelen. Het is saai en tijdrovend. Toch doen we het: het is noodzakelijk om goede produkten te kunnen ontwikkelen. Zonder de data geen goed resultaat. Met behulp van de data kan het team de machine verbeteren. Vervolgens weer testen / meten enzovoort. Deze iteratieve slagen zijn dus de testrondjes in de training voor de race.

In de MotoGP is het belang van data overduidelijk. Valentino Rossi zou zonder zijn crew chef Jerry Burgess en diens data lang niet zo succesvol zijn. Niet voor niets verhuist Jerry mee als Valentino van team switcht. Rossi’s team heeft dit jaar trouwens als nooit tevoren een uitdaging voor de boeg. Zou hij dit jaar de Italiaanse droom kunnen waarmaken (een Italiaanse coureur wereldkampioen op een Italiaanse motor)? Zijn Ducati haalt 340 km per uur met zijn 250 pk, maar de concurrentie was in de trainingen veel sneller…

Ondertussen zit de eerste GP race van 2012 er weer op. Prachtig gevecht tussen Lorenzo en Stoner. Rossi kwam er niet aan te pas; hij werd 10e. Er nog wel wat data geanalyseerd moeten worden voordat de Ducati van Rossi een kanshebber voor het kampioenschap wordt…

Net als Rossi’s team hebben wij ook nog talloze meetsessies voor de boeg om onze prototypes tot succesvolle machines te kunnen maken. Dat is zeker een overeenkomst met de motorraces. Wel moet ik bekennen dat ze de successen in de MotoGP een stuk uitbundiger vieren. Binnenkort champagne als we in een vergelijkende test een concurrent machine verslaan?

Scrapheap ontwikkelen

Gelukkig. Frank is weer terug. Met piepende banden horen we hem het parkeerterrein opdraaien. Net binnen de tijd. We mogen immers maar 10 minuten per dag het gebouw verlaten. We zijn benieuwd of hij wat heeft kunnen bemachtigen bij de loodgieter. Sinds we gekozen hebben voor ons werkingsprincipe van ultra hoge druk lucht perforatie hebben we nogal wat leidingwerk uitdagingen…

Het andere team heeft zo haar eigen problemen. Zij kozen voor lasertechniek om gaatjes in vlees te schieten. Ze stoeien met het verbranden van het vlees en de nauwkeurige regeling van het vermogen van de laser. Ook zij hebben deze week het licht nog laat aan.

Onze scrapheap challenge is nu halverwege. De opdrachtgever gaf ons een week om met een oplossing te komen die de huidige tenderizers uit de markt moet blazen. Tenderizers zijn nu op de markt als tandrollen die gaatjes in vlees rollen; een soort ouderwetse wasuitwringer met agressieve rollen. Dat werkt prima, maar wat zijn die dingen vies. Door het directe contact met ieder product is kruisbesmetting door tenderizers een gegeven.

De opdracht was daarom logisch: ontwerp een tenderizer die de performance van de huidige machines in de markt heeft, maar contactloos werkt. De hele R&D werkplaats staat hiervoor ter beschikking, en de twee teams van ieder 5 man hebben tot vrijdagmiddag om een werkend prototype te presenteren.

Het winnende ontwerp zal verder ontwikkeld worden tot een definitieve machine in een regulier ontwikkelingsproject.

Het is ongelooflijk hoeveel creatieve energie er vrij komt als je zo’n week met een paar gedreven collega’s een uitdaging aanvliegt. Het competitie element, de tijdsdruk, de mix van expertises/competenties en de volledige focus op dit ene project geeft een ongekende drive om snel met iets goeds op de proppen te komen.

Het beste komt boven in het ontwikkeltalent van onze firma. Opeens kunnen we echt goed samenwerken en is geen klok of procedure een beletsel om het resultaat te halen.

Gek eigenlijk dat we onze ontwikkelingen zo (nog) niet beginnen….

Cruijf en Teamwork

Zondagavond. De spierpijn van de eerste buitensportactiviteiten van 2012 beginnen zich reeds aan te dienen. Zo voor aanvang van het honkbalseizoen is het een paar weken doorbijten voor mij en mijn teammaten…
Morgen maar weer eens concentreren op teamwork in projecten, word je in ieder geval fysiek minder stram van!

Over teamwork is heel veel geschreven. Een heel eenvoudige, maar mooie benadering heb ik geleend van Johan Cruijf (uit het boekje ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt van Pieter Winsemius – een aanrader trouwens). Het is uiteraard een voetbaltheorie…

Cruijf stelt dat teamwork een product is van vertrouwen en richting en onderscheidt hierbij vier kwadranten.
In het eerste kwadrant (links onderaan) start het proces van voetballen met de ´F-jes´. Het is een noodzakelijke fase om te beginnen, maar van teamwork is nog geen sprake. Alle voetballertjes rennen als een groepje over het hele veld met zijn allen achter de bal aan.

Door te groeien in ‘richting’ beland je in de categorie ´straatvoetbal´. Hier is de individuele drive belangrijk. Gedrag kenmerkt zich hier door veel gepingel en de persoonlijke drang om te scoren. Dit is het voetbal van de vliegende keep, want ook de keeper wil hier scoren. Belangrijk in dit kwadrant is, dat het gedrag gedreven wordt door het duidelijke einddoel.

Door vanuit de ´F-jes´ te groeien in ‘vertrouwen’ beland je in de categorie ´Recreantenvoetbal´. Hier is de samenwerking en het onderlinge vertrouwen belangrijk. Men weet elkaar blind te vinden en weet precies wat men aan elkaar heeft. De uiteindelijke prestatie is ondergeschikt aan de onderlinge relatie tussen de spelers (de 3e helft is hier belangrijk).

Rechts bovenaan bevindt zich de categorie die noodzakelijk is om een teamprestatie neer te zetten die spelen in de hoofdklasse mogelijk maakt. Zowel het vertrouwen in elkaar als de duidelijke richting van het einddoel is hier zeer belangrijk. Dit is de categorie waar we zullen moeten zitten om onze innovatieprojecten efficiënt en goed te doorlopen.
Hier heeft iedereen het einddoel goed voor ogen en heeft iedereen een duidelijke drive om dit te verwezenlijken. In dit kwadrant kan iedereen elkaar ook blind vinden en is er een goed vertrouwen in elkaars bijdrage en rol in het team.

Het is een model wat mooie coachingshandvatten biedt. Het is vaak heel herkenbaar of er groei mogelijk is in Richting of in Vertrouwen. En bijna alle projectmedewerkers hebben wel iets met deze sport…

Voetbal ze!